Hebbe, hebbe, hebbe!

Hebbe, hebbe, hebbe!

17 juni t/m 30 oktober 2022

Verzamelen is van alle tijden. Veel musea zijn zelfs ontstaan uit een privécollectie. Het Stedelijk Museum Almelo besteedde vanaf 17 juni aandacht aan de verzamelpassie van verzamelaars uit Twente en omgeving. Zij lieten hun bijzondere, interessante of bizarre verzameling in het museum zien.

De een verzamelt puur voor het plezier, de ander omdat hij of zij een serieuze collectie aan het opbouwen is. Al eeuwenlang houden mensen van de kick wanneer een nieuw exemplaar aan de collectie kan worden toegevoegd. Ze struinen snuffelmarkten, verzamelaarsbeurzen of het internet af op zoek naar dat ene object dat nog ontbreekt. In het Stedelijk Museum Almelo lieten de zorgvuldig geselecteerde verzamelaars hun schilderijen, fossielen, matroesjka’s en nog veel meer zien.

De geschiedenis van verzamelen

Het verzamelen gaat al ver terug. In vroeger eeuwen was het een exclusief tijdverdrijf voor de welgestelden die schilderijen, porselein, archeologie, wetenschappelijke instrumenten, munten, exotische objecten uit verre landen en poppenhuizen verzamelden. Men had vaak speciale kamers, die Wunderkammer werden genoemd. Daar stelde men de objecten tentoon en men pronkte ermee tegenover de visite.

In de achttiende eeuw ontstonden uit deze privéverzamelingen de eerste musea, waarvan het Teylers Museum in Haarlem een goed voorbeeld is net als museum Natura Docet in Denekamp dat begin twintigste eeuw ontstond. Daardoor maakten steeds meer mensen kennis met dergelijke privécollecties. Met de opkomst van de burgerij in de negentiende eeuw ging ook de ‘gewone burger’ verzamelen.

Gevarieerde verzamelingen

In het Stedelijk Museum Almelo toonden meer dan zestien verzamelaars uit Almelo en wijde omgeving hun bijzondere, interessante of bizarre verzameling. Zo was er moderne glaskunst te zien van Wim Dommerholt, maar ook antieke wijn- en jeneverflessen van Frans de Graaff. Tom Weel liet een klein deel van zijn enorme en zeer gevarieerde Beatles-collectie zien, en wie van auto’s houdt kwam bij de Kevers en Ferrari’s in miniatuur van Gerard Oosterlaar en Erik Meyboom aan zijn trekken. Typisch Twents zijn de weefspoelen van Joseph Lenferink en heel apart waren de boodschappenlijstjes die Marika Meershoek vond in achtergelaten supermarktkarretjes. Kortom, het museum had iedereen iets te bieden.