Financiële opgave project Hofkeshuis

Bij de toekomst van het Stedelijk Museum Almelo in het Hofkeshuis spelen drie afzonderlijke financiële opgaven: de verbouwing van het pand, de museale herinrichting en de jaarlijkse exploitatie van het museum. Het is belangrijk deze bedragen niet met elkaar te verwarren.

Verbouwing van het Hofkeshuis

In het oorspronkelijke plan van Opera Amsterdam en Studio Louter werd voor de duurzame verbouwing en het museaal geschikt maken van het Hofkeshuis uitgegaan van circa € 1 tot € 1,5 miljoen.

In het nieuwe plan dat de gemeente Almelo in 2024–2025 met externe deskundigen heeft laten ontwikkelen, worden de bouwkosten geraamd op minimaal 6 miljoen. Deze forse stijging hangt onder meer samen met het voorstel om de aanbouw uit de jaren zeventig af te breken en opnieuw, maar kleiner, op te bouwen.

Vanuit museaal oogpunt levert het plan van de gemeente minder ruimte op voor tentoonstellingen, educatie en publieksactiviteiten. Bovendien is in dit plan geen depotruimte voor de museumcollectie opgenomen, waardoor elders een externe depotvoorziening nodig zou zijn. Dat brengt extra eenmalige én structurele kosten met zich mee.

De minimaal € 6 miljoen betreft dus uitsluitend de bouwkundige ingrepen en staat los van de museale inrichting en exploitatie van het museum.

Museale herinrichting

Voor de museale inrichting van het Hofkeshuis – waaronder tentoonstellingsinrichting, verlichting, audiovisuele toepassingen, educatie en publieksvoorzieningen – werd in het oorspronkelijke plan, dat het museum samen met Opera Amsterdam, Studio Louter en verschillende organisaties en inwoners uit Almelo ontwikkelde, uitgegaan van een investering van circa € 1,2 miljoen.

Het museum wilde daarvan € 962.923 via culturele fondsen financieren. Eind 2024 was de fondsenwerving al zeer ver gevorderd:

€ 324.000 was toegezegd

€ 577.423 zat in lopende of voorbereide aanvragen

In totaal was daarmee € 901.423, bijna 94% van het beoogde fondsbedrag, via toezeggingen en lopende aanvragen afgedekt. Een aantal fondsen had een aanvraag afgewezen, waardoor het verschil € 61.500 bedroeg.

Toen de gemeente besloot een nieuw plan voor het Hofkeshuis te laten ontwikkelen, kon het museum de lopende fondsenaanvragen niet zonder meer voortzetten. Deze waren immers gebaseerd op het oorspronkelijke museale plan van Opera Amsterdam en Studio Louter. Daarom zijn verschillende aanvragen on hold gezet.

Dat brengt financiële risico’s met zich mee. Voor een wezenlijk gewijzigd plan moeten fondsen opnieuw worden geïnformeerd en kunnen aangepaste of nieuwe aanvragen nodig zijn. Fondsen accepteren bovendien niet altijd een tweede aanvraag voor hetzelfde project.

Zodra er vanuit de gemeente meer duidelijkheid is over de toekomstige ontwikkelingen en de planning rond de verhuizing naar het Hofkeshuis, kunnen we opnieuw met de fondsen in overleg.

Structurele exploitatie

Naast de eenmalige investeringen is er de jaarlijkse exploitatie.

Voor het Stedelijk Museum Almelo op de huidige locatie aan de Prinsenstraat is circa € 180.000 per jaar nodig. Voor een volwaardig museum in het Hofkeshuis moet rekening worden gehouden met minimaal € 250.000 per jaar.

Ook dit bedrag staat volledig los van de kosten van de verbouwing en de museale inrichting.

Conclusie

Het oorspronkelijke project Hofkeshuis kende drie duidelijke financiële onderdelen: circa € 1 tot € 1,5 miljoen voor de verbouwing, circa € 1,2 miljoen voor de museale inrichting en minimaal € 250.000 per jaar voor de structurele exploitatie.

Voor de museale inrichting had het Stedelijk Museum Almelo eind 2024 al een bijzonder sterke financiële uitgangspositie opgebouwd: bijna 94% van het beoogde bedrag aan fondsbijdragen was via toezeggingen en lopende aanvragen afgedekt.

Door de vertraging van het project en de ontwikkeling van een nieuw gemeentelijk plan staat een deel van deze zorgvuldig opgebouwde fondsenwerving nu onder druk. Het is daarom belangrijk dat er op korte termijn duidelijkheid vanuit de gemeente komt over het definitieve plan voor het Hofkeshuis, de fasering van de verhuizing en de bijbehorende planning. Met die duidelijkheid kan het museum opnieuw met de fondsen in overleg en bezien welke toezeggingen en aanvragen kunnen worden voortgezet.