Nieuwe Tijdelijke Tentoonstelling: Kanaal Almelo-Nordhorn – Van economische waterweg naar waardevol erfgoed

In aansluiting op de stadsmusical POLDERJONGENS presenteert Stedelijk Museum Almelo van 17 juli tot en met 13 september de tentoonstelling Kanaal Almelo-Nordhorn – Van economische waterweg naar waardevol erfgoed. Met historische foto’s, hedendaagse fotografie en kunstwerken brengt de expositie de geschiedenis, ontwikkeling en huidige betekenis van het kanaal tot leven.

Een kanaal voor de Twentse industrie

Halverwege de negentiende eeuw groeit de textielindustrie in Twente snel. De behoefte aan steenkool uit Duitsland neemt sterk toe en een kanaalverbinding lijkt de ideale oplossing voor het vervoer ervan. Met steun van de rijksoverheid begint in 1884 de aanleg van het Kanaal Almelo-Nordhorn.

Voor het zware graafwerk worden honderden arbeiders uit Drenthe, Friesland en Groningen aangetrokken. Deze zogenoemde poldergasten verdienen tien cent per uitgegraven kubieke meter grond, goed voor hooguit één gulden per dag. Vijf jaar lang werken gemiddeld tweehonderd mannen en vrouwen aan het kanaal.

De aanleg biedt werk in een tijd van grote armoede, maar er melden zich veel meer arbeiders dan nodig zijn. Tijdens de strenge winter van 1884-1885 wordt een hulpcomité opgericht om de kanaalarbeiders en hun gezinnen te ondersteunen. Opvallend is dat vooraanstaande Twentse textielfabrikanten, onder wie Scholl Engberts, Ten Cate, Cardinaal, Hofkes en Van Wulfften Palthe, hieraan deelnemen. Hun betrokkenheid onderstreept het grote economische belang dat destijds aan het kanaal werd toegekend.

Hoge verwachtingen

In 1889 bereikt het kanaal de Nederlands-Duitse grens. De aanleg kost uiteindelijk ongeveer 1,2 miljoen gulden, aanzienlijk meer dan de begrote 800.000 gulden. Omdat de Duitse aansluiting nog niet gereed is, komt de volledige verbinding pas in 1904 tot stand. Het Nederlandse deel is ruim 28 kilometer lang en telt zes sluizen en tien ophaalbruggen.

Toch voldoet het kanaal nooit volledig aan de hoge verwachtingen. Veel vrachtschepen zijn te groot voor de ondiepe vaarweg van slechts anderhalve meter en de tolheffing maakt vervoer minder aantrekkelijk. Bovendien nemen spoor- en wegverkeer een steeds belangrijkere plaats in en krijgt Twente later een betere vaarverbinding via het Twentekanaal en de zijtak naar Almelo. In 1960 vaart het laatste vrachtschip, geladen met turf, over het kanaal.

Van industrie naar erfgoed en recreatie

Na de Tweede Wereldoorlog ontstaan verschillende plannen voor het kanaal. Zo wordt gedacht aan verdieping, demping en zelfs het gebruik van het tracé voor een snelweg. Geen van deze plannen wordt uitgevoerd. Daardoor blijft het kanaal behouden en ontwikkelt het zich tot een waardevol cultuurhistorisch landschap.

Tegenwoordig vormt het Kanaal Almelo-Nordhorn een groene recreatieve verbinding. Wandelaars, fietsers en kanoërs genieten er van natuur en rust, terwijl het kanaal nog altijd herinnert aan de industriële geschiedenis van Twente. Waar ooit de economie centraal stond, verbindt het kanaal nu erfgoed, natuur, recreatie en de toekomst van Almelo als waterstad.

 

Een bron van inspiratie

Het Kanaal Almelo-Nordhorn spreekt al generaties lang tot de verbeelding. Kunstenaars en fotografen hebben het door de jaren heen vastgelegd: soms als bedrijvige vaarroute, soms als verstild landschap en soms als plek waar inwoners recreëren.

De tentoonstelling in Stedelijk Museum Almelo brengt historische foto’s, hedendaagse fotografie en kunstwerken samen. Daarmee laat de expositie niet alleen zien hoe het Kanaal Almelo-Nordhorn zich door de tijd heen heeft ontwikkeld, maar ook hoe het landschap mensen tot op de dag van vandaag weet te inspireren.